Dichter des Vaderlands

Laat het gedicht zich niet schamen

voor het rijm in lavendel en tijm,

voor zijn raadsel, zijn klaarte,

zijn vervoering en zijn vuil

           Hugo Claus

 

De zittende politicus

Hij heeft nog nooit gedanst. Hij kent zijn doel.

Nog nooit is op zijn vale klerkensmoel

Zomaar een lach verschenen, maar die nacht,

Nadat de gek de nar had omgebracht,

Kroop hij zijn bed uit, glimmend van de pret,

En maakte hij onbespied een pirouette.

Dank, dank, riep hij, het monster is geveld.

Hij oefende het woord 'geschokt' voor morgen

En sliep als twintig ossen kunnen slapen.

Straks is hij, voor de camera, vol zorgen.

Natuurlijk is hij zwaar tegen geweld.

Daar klinkt verdomd weer zijn belegen lied.

Hij loopt op straat, ondragelijk rechtschapen,

En ziet nog steeds het echte monster niet.

 

Spontane bekering

Vaarwel, vaarwel, gemene gore gulden,

Dom dubbeltje, kwaad kwartje, saaie cent

Te lang heb ik uw grofheid moeten dulden

En de escapades van uw roversbent.

Ik zag u languit rollen in de goot,

Ik zag u vuile gleuven binnendringen

En u misdragen als de Zilvervloot.

Rot op, beschamend blikkerige dingen.

Er zweeft iets schoners langs de hemel nu,

Het zweeft er elegant, het zweeft sportief.

Het heeft zo helemaal en helemaal

Niets weg van dom en bloedbevlekt metaal.

Vlieg haastig binnen euro, eurolief

Uw oude trouwe geldwolf wacht op u.

 

Het aanstaande huwelijk

Straks trouwt mijn zoon.

Mijn hart danst. Er is geen mooier dag

voor een moeder.

een dag van rotsen die smelten,

een dag van vonken en licht,

de trouwdag van mijn zoon.

Hij heeft een koninklijke lach. Wild

speelt de wind door zijn haar.

Het gaat goed tussen hem en de wereld.

Hij zal gelukkig worden,

hij moet gelukkig worden,

ik ben immers zijn moeder.

Kijk, hoe hij wordt toegejuigt.

De straten zien zwart van het volk.

Zijn nek staat fier in zijn kraag,

de kraag van zijn sneeuwwitte jas.

Hij zal verdwijnen tussen de mensen

en dit keer huil ik van vreugde.

Ik ben zijn trotse moeder.

Mijn naam is Elisa Del Carmen,

uit het huis met de donkere schroeiplek.

Zijn naam was Héctor Alejandro.

Twintig jaar is hij nu verdwenen,

net als Pablo en Ramón, zijn vrienden.

Ze noemen me gekke Elisa.

Wie verbiedt een moeder te dromen?

Kijk, de storm in zijn zwarte lokken.

Aan zijn zijde een prachtige meid.

Feest, Elisa! Zo'n trouwdag verdien ik.

Ik kan niet wennen aan zijn dood.

 

Een vierluik

1.

Toen ze aan haar baan als koningin begon

Was het met aarzeling - een brekebeen

Die (hoe parmantig ook) iets breken kon

In al de zekerheden om haar heen.

Geleidelijk, in twintig jaar hard werk,

Zoals dat gaat bij manager en boss,

Werd zekerheid haar trouwste handelsmerk,

Maar liet de wereld zekerheden los.

Is zij een boegbeeld in onzekere tijden,

Of is ze wrakhout in een wereld die

Heeft afgerekend met de monarchie?

Wie van de twee is hier aan het spookrijden?

Een koningin die neerdaalde in het echt,

Een wereld die aan wolkensprookjes hecht?

2.

Ze zorgt ervoor dat Nederland bestaat.

Ze maakt het buitenland tot buitenland,

De presidenten temmend - en kordaat

Blust ze soms een geheime binnenbrand.

Ze schrijdt, ze wuift, ze glimt ze zoeft voorbij -

Ons aller marionet in koningstooi.

Minzaam aanvaardt ze elke strijkerij.

Ze reist, net als de slak, nooit zonder kooi.

Ze doet haar best om koningin te zijn,

Maar er is niemand zelfs geen huisbediende,

Die een goed woord heeft voor haar hondenbaan.

Wie zo gekooid is heeft verkeerde vrienden.

Soms zié je haar denken: o, los van de lijn,

De haren los - en volk, loop naar de maan.

3.

Er is geen keus: een koningin is mens,

Maar dan is ieder koning, koningin -

Of is ze symbool, verbinding, kwintessens,

En dan heeft pottenkijkerij geen zin.

Dus als zij werk en eigen leven scheidt

Is dat haar zwakke punt: het volk wil mee.

Mee wil het als zij met serviesgoed smijt,

Mee wil het, pardonnez-moi, naar de plee.

En mag het volk niet mee naar het toilet,

Dan wordt uit wraak op de details gelet.

Een struikeling. Een kreukel in haar rok.

Een kleine zenuwtrek. Wat daarin schuilt?

Zij ligt voortdurend op ons offerblok,

Omdat wij willen dat ze lacht en huilt.

4.

Wat zou ze zeggen tot haar oudste zoon,

Als wijze raad of als verjaarsgeschenk,

Betreffende de toekomst van de troon?

Het volgende misschien: 'Lees boeken, denk,

Tuinier desnoods, ga wandelen met de honden,

Maar ga niet buikdansen in stadions -

Volkshelden worden door het volk verslonden.'

Misschien. Ze giet haar woorden graag in brons.

Misschien ook niet. Wie weet gaat hij zijn gang

En heeft hij lak, straks, aan angstvalligheid.

Wie weet wil hij de tirannie verdrijven

Van alles wat nu mysterieus moet blijven.

Dan worden we een dwergstaat, ben ik bang.

Dan zijn we koning én geheimen kwijt.

 

Leegte na de ramp

Aardbeving, bankroof, bliksem, watersnood:

In een seconde is de schrik geboren.

Er kan onaangediend een trein ontsporen

Of een verdwaalde kogel blijkt je dood.

Dan rest een graf. Of bloed droogt in de goot.

Gedwee belooft een dader beterschap.

Er overleeft een blinde, een hinkepoot.

Ze lachen bitter. - Soms is er een klap,

Dan rest er niets dan echo en ellende.

Waar iemand stond zie je de kraters roken.

Naar daders kan alleen worden gegist.

Spoorloos zijn zomaar lijf en lach. Je mist

heel erg de mensen die je niet eens kende,

Alsof er in je ziel is ingebroken

 

Smaad

Vijf jaar na Srebrenica

Het is een spookbeeld dat niet wijken wil:

Soldaten spelen hun soldatenspel

En, zogenaamd onopgemerkt, is stil

Een sjofele groep verdwenen, richting hel.

Vergeet de laffe onderkolonel.

Hij is gestuurd. Waar is de generaal,

De man van de medaille en het bevel?

Waar de minister, kronkelend als een aal?

Owee, men weet weer van de prins geen kwaad.

Ze staan zichzelf lamlendig toe te juichen

En spelen blindeman. Het is iets geks,

Die Nederlandse oogkleppenreflex.

Dat ze verdomme nu hun hoofd eens buigen.

Dat ze de blik zien van wie sterven gaat.

 

Hetzelfde water

Hetzelfde water dat met stormgejoel

En helse vlagen komt en wordt gevreesd,

Is ook het water dat, sereen en koel

De mensen van hun kwellingen geneest.

Ons lage land aan zee is een groot lijf

Met aderen, aorta's, bloedkanalen

En al wat zich vertakt - een druk bedrijf

Dat regelt dat we pijloos ademhalen.

Geen netwerk dat je ongestraft verbouwt.

Het overstroomt bij elke prop meteen.

Wordt het in één arterie benauwd,

Dan spatten duizenden haarvaten uiteen.

Elk lichaam is een tijdelijke spons.

Bepleister het geval meteen met poederdons

En kalk, van top tot teen, dan wordt dat lijf

Sneller dan je tot tien telt droog en - stijf.

Verwen de stroom die door je lichaam stuwt.

Laat bloed, bekwaam getemd, de vrije loop.

Bedenk - wie van de norse buien gruwt -

Dat ook een hart niet wordt geamputeerd

Omdat het breken kan. Wie water keert

Omdat het aanvalt doodt de biotoop

Van al wat weerloos is en wordt bedreigd.

Het lijkt wel op een gordiaanse knoop.

Het water zelf intussen daalt en stijgt.

 

Your house

May your house be founded on the goodnes of the earth

May the walls of your house be blessed by the four winds

May the roof of your house be garded by the heights and the stars above

So that all who live in your house , all who seeks shelter ,be protected

by the this house.

Find hope and strenth to live.

Find faith and healing in their destiny

 

God  grant  me  the  serenity  to  exept  the  things  y

cannot  change,courage  to  change  the  things  y  can,

wisdom  to  know  the  difference