|
Piet Vermeulen ( geb.1926) Hooge Platen
Tijdens het bombardement bevond hij zich in Breskens: De Duitsers trokken zich terug uit Frankrijk en België van Breskens naar Vlissingen toen ze op 11 september omstreeks half vier ‘s middags gebombardeerd werden. Op dat tijdstip was ik aan de haven, waar veel afweergeschut stond. De vliegtuigen kwamen vanuit het zuidoosten en begonnen hun bommen uit te gooien. Tot een bepaalde hoogte zag je ze blinken in de zon.
Vlakbij
me hoorde ik mensen schreeuwen van de pijn. Sommigen werden na een tijdje
rustig. Ze waren bezweken aan hun verwondingen. De
vierde week werd Oostburg ‘s nachts beschoten en werden de patiënten in een
kelder gelegd. De verzorging viel toen grotendeels weg. Door granaatvuur zijn
er in het ziekenhuis ook slachtoffers gevallen. Op een gegeven moment werden we opgehaald door auto’s van het Engelse Rode Kruis en richting het inmiddels bevrijde IJzendijke gebracht onder IJzendijke werden we omstreeks acht uur ‘s avonds op een weiland gelegd,een eind verder stonden kanonnen te schieten het vizier op Cadzand en Walcheren gericht. Om tien uur kwamen ze ons ophalen omdat de brug bij Philippine door de Duitsers was opgeblazen zijn we via België naar Sluiskil gereden, waar we diezelfde avond om elf uur arriveerden. Daar werden röntgenfoto’s van me gemaakt en ben ik nog enkele keren geopereerd aan mijn rug. Na een verblijf van vier weken in Oostburg en twee in Groede heb ik tweeëneenhalve maand in het ziekenhuis van Sluiskil doorgebracht. Terug in Breskens moest ik nog zeven maanden naar de huisarts en acht jaar na het bombardement, in 1952, is er nog een scherf uit mijn rug gehaald in het ziekenhuis te Oostburg waarna ik van mijn verwonding genezen was.
|