Piet Vermeulen ( geb.1926)                                                Hooge Platen


Je zag ze blinken in het zonnetje


Piet Vermeulen was in de zomer van 1944 ondergedoken voor de Arbeitseinsatz. Hij zat bij familie aan de Straatweg (tussen Breskens en Groede).

Tijdens het bombardement bevond hij zich in Breskens: De Duitsers trokken zich terug uit Frankrijk en België van Breskens naar Vlissingen toen ze op 11 september omstreeks half vier ‘s middags gebombardeerd werden. Op dat tijdstip was ik aan de haven, waar veel afweergeschut stond. De vliegtuigen kwamen vanuit het zuidoosten en begonnen hun bommen uit te gooien. Tot een bepaalde hoogte zag je ze blinken in de zon.


Ik stond daar met twee mannen, we liepen weg van de haven en ik ben in een schuur nabij Papendrecht gelopen. De bommen sloegen overal in. Ook de schuur waarin ik me bevond bezweek en zo kwam ik onder het puin terecht. Die twee mannen waarmee ik de schuur invluchtte zijn nooit meer gevonden. Ik slaagde er niet in om op eigen kracht vanonder het puin te komen en wachtte daarom totdat ik stemmen hoorde. Na ongeveer een half uur werd mijn geroep opgemerkt door vier Duitsers die mij uit mijn benarde positie bevrijdden. Bij een poging om te gaan staan viel ik meteen weer op de grond. Ik realiseerde me dat het niet goed zat. Onder het puin gelegen had ik wel iets voelen branden onderin mijn rug, maar ik dacht dat er een stuk steen of iets dergelijks tegen drukte. De vier Duitsers namen me mee naar een weiland aan het eind van De Hullustraat.

Vlakbij me hoorde ik mensen schreeuwen van de pijn. Sommigen werden na een tijdje rustig. Ze waren bezweken aan hun verwondingen.
Spoedig werd ik naar het ziekenhuis in Oostburg gebracht. Ik heb er vijf uur in de gang gelegen voordat er gelegenheid was om naar mij te kijken. Het bleek dat ik getroffen was door een granaatscherf. In de vier weken die ik in het ziekenhuis doorgebracht heb ben ik in totaal 23 keer in de operatiezaal geweest, maar ze konden mij niet helpen omdat er geen medicamenten waren.

De vierde week werd Oostburg ‘s nachts beschoten en werden de patiënten in een kelder gelegd. De verzorging viel toen grotendeels weg. Door granaatvuur zijn er in het ziekenhuis ook slachtoffers gevallen.
Na een week in de kelder gelegen te hebben zijn we met paard en wagen naar het Rode Kruisdorp Groede vervoerd. Daar heb ik veertien dagen gelegen af en toe vielen er ook in Groede granaten soms lag ik  met het glas in mijn bed.

Op een gegeven moment werden we opgehaald door auto’s van het Engelse Rode Kruis en richting het inmiddels bevrijde IJzendijke gebracht onder IJzendijke werden we omstreeks acht uur ‘s avonds op een weiland gelegd,een eind verder stonden kanonnen te schieten het vizier op Cadzand en Walcheren gericht.

Om tien uur kwamen ze ons ophalen  omdat de brug bij Philippine door de Duitsers was opgeblazen zijn we via België naar Sluiskil gereden, waar we diezelfde avond om elf uur arriveerden.

Daar werden röntgenfoto’s van me gemaakt en ben ik nog enkele keren geopereerd aan mijn rug. Na een verblijf van vier weken in Oostburg en twee in Groede  heb ik tweeëneenhalve maand in het ziekenhuis van Sluiskil doorgebracht. Terug in Breskens moest ik nog zeven maanden naar de huisarts en acht jaar na het bombardement, in 1952, is er nog een scherf uit mijn rug gehaald in het ziekenhuis te Oostburg waarna ik van mijn verwonding genezen was.

http://zdc.zebi.nl/publiek/fotoarchief/jpgs/standaard_low/18536.jpg