|
De jonge Willem Bron www.hardgras.nl Matty Verkamman In de genealogie heten ze Anegem, Van Aeneghem, Van Haneghem of Van Hanegem. Allen zijn nakomelingen van Hubertus Anegem, in het begin van de achttiende eeuw geboren in Sluis. Met de stamboom van dit Zeeuws?Vlaamse geslacht van vooral herbergiers, schilders en vissers in de hand, sta ik op de Killedijk in het gehucht Retranchement?Terhofstede. Hier is Zeeuws?Vlaanderen het mooist. Het Zwingebied zorgt voor een adembenemend afwisselend landschap van dijken, kreken, duinen en zand. Vanaf het iets verhoogd gelegen Terhofstede kan bijna naar België worden gesprongen. Halverwege de Killedijk staat het prachtige witte huis waar mijn opa van moederskant, Hendrik Goossen, op 22 mei 1868 werd geboren. Op 23 september 1811 verbleef in ditzelfde huis Napoleon Bonaparte. Na een stormachtige reis per vissersboot, laverend tussen de verraderlijke banken en zandplaten van het Zwin, legde Napoleon zich op de Killedijk enkele uren te ruste in het huis dat toen nog een herberg was. De herbergier was Hendrijck van Aeneghem. Napoleon moet hem met een medaille nog speciaal hebben bedankt voor de geboden gastvrijheid en de maaltijd. Hendrijck van Aeneghem was de vader van Hendrijck van Haneghem (waarschijnlijk ook nog herbergier, geboren in 1797), Hendrijck van Haneghem was de vader van Abraham van Hanegem (1847?1925, visserman), Abraham van Hanegem was de vader van Hendrik van Hanegem (1870?1944, visserman), Hendrik van Hanegem was de vader van Lo van Hanegem (1905?1944, visserman), Lo van Hanegem was de vader van Willem van Hanegem (1944?heden, stucadoor, beroepsvoetballer, humorist, trainer, tv?commentator, graag met een vishengel in de weer). Leuk toch, die stamboom van de Van Hanegems. Naaste verwanten van mijn opa Goossen blijken met Van Hanegems te zijn getrouwd. Op de stamboom is indirect ook de onvoorstelbare armoede in het Zeeuws?Vlaanderen van rond de vorige eeuwwisseling te zien. Met duizenden tegelijk zochten de bewoners van dit gebied toen een beter leven in Amerika. Een broer van opa Goossen ging ook. Zes jaar na zijn vertrek stuurde hij zijn eerste brief naar Nederland. Jawel, hij was goed aangekomen, het ging 'm voor de wind, iedereen hartelijk gegroet. Anna van Grol, de moeder van Willem van Hanegem, behoorde ook tot een emigrantenfamilie. Anna werd in 1908 in Rochester (Michigan) geboren. De Van Grols redden het niet in Amerika en keerden terug naar Zeeuws?Vlaanderen. Nog voor 1900 trokken de meeste Van Hanegems noordelijker in Zeeuws - Vlaanderen. De meesten werden vissers in Breskens, al werden vissers in Breskens nooit zo genoemd. Wie viste was visserman. Op de Westerschelde en op de Noordzee visten de Bressiaanders vooral op hornaet, Vlaams voor garnalen. Op hun gammele scheepjes ging het vaak om een riskante en doorgaans magere broodwinning. Tot drie generaties vóór Willem werd door zijn familie op hornaet gevist. De karige verdiensten hadden weinig effect op het humeur van deze vissers. Zij kwamen uit grote gezinnen, waar schraalhans keukenmeester was, maar de gezelligheid werd tot in de kommervolste dagen gekoesterd. In het deels protestante, deels buitenkerkelijke Breskens waren de Van Hanegems uitgesproken a?religieus. Ko van Hanegem, een oom van Willems vader, was een uitzondering. Hij was halverwege de jaren dertig wethouder en loco?burgemeester van Breskens en had politiek onderdak gevonden bij de Christelijk Historische Unie. Ko was zeer vroom en dat waren de meeste andere Van Hanegems bepaald niet. In de visserstak van Willem ging het vrijwel zonder uitzondering om mensen die van een grapje hielden, dagelijks om geld kaartten, in het dorpscafé graag een glas bier dronken, het meestal niet bij dat ene glas lieten en de kerk alleen van de buitenkant kenden. Op 11 september 1944 kwam voor veel Bressiaanders een einde aan het door weinig materiële weelde maar veel sociaal plezier gekenmerkte dorpsleven. Britse bommenwerpers trachtten die dag het naar Vlissingen overstekende vijftiende leger van de Duitsers te ontregelen. Precisiebombardementen waren het niet. Een groot deel van de dodelijke lading trof niet de vijand, doch kwam terecht in het hart van het dorp, dat kort tevoren wel was gewaarschuwd, maar toch niet volledig was verlaten door de bewoners. De zo godvrezende Ko van Hanegem heeft in een gedetailleerd verslag de ook voor de families Van Hanegem en Van Grol zo verschrikkelijke gebeurtenissen van 11 september 1944 vastgelegd. Ko zat in een schuilkelder met andere leden van zijn kerkgenootschap 'De Vergadering der Gelovigen' te bidden. De bommen kwamen ook bij hem in de buurt terecht, maar als door een wonder overleefde hij deze hel. Voor acht andere Van Hanegems was de dood onvermijdelijk. In het gezin van Willem behoorden de tienjarige Izaäk en vader Lo tot de slachtoffers. Ook een broer en twee zussen van Lo en hun vader Hendrik kwamen om. De familie van Willems moeder werd eveneens zeer zwaar getroffen. In Breskens rusten de 199 slachtoffers van het bombardement in een massagraf. Enkele jaren geleden is in het centrum van het dorp een monument onthuld ter nagedachtenis aan die rampzalige dag in 1944. Dat ging niet zonder slag of stoot. Het bombardement is door de enigszins in zichzelf gekeerde bevolking eigenlijk nooit verwerkt. In Breskens praten velen het liefst nooit meer over 11 september 1944. Het monument bestaat uit een kapot, uit de sponningen gerukt raam en staat maar enkele tientallen meters verwijderd van de plaats waar Lo van Hanegem en zijn zoontje Izaäk de dood vonden. Voor het boek , heb ik in 1991 via gesprekken met een groot aantal Bressiaanders kunnen reconstrueren hoe de vader van Willem tijdens het bombardement om het leven kwam. Over het precieze lot van Izaäk is nooit iets bekend geworden, van hem is nooit meer een spoor gevonden. Lo heeft tijdens het bombardement een baby het leven gered. In een pakhuis ging hij steunend op knieën en ellebogen over het kind liggen. Toen het bombardement voorbij was, bleek hij zelf dodelijk te zijn getroffen, de baby onder zijn lichaam mankeerde niets. In 1991 kon die baby van weleer na een maandenlange zoektocht worden gevonden. Het was Ben de Pauw, even oud als Willem en van beroep kankerspecialist in het Radboudziekenhuis van Nijmegen. Vorig jaar werd hij hoogleraar in de oncologie aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen. Bij het aanvaarden van zijn ambt sprak hij op 15 oktober 1998 de inaugurele rede uit. In zijn dankwoord richtte hij zich speciaal tot de aanwezige Van Hanegems, onder wie Willem. ''In Breskens liggen mijn wortels en in Breskens gaf Lo van Hanegem tijdens het bombardement van 1944 zijn leven voor het mijne. De schuld aan hem kan ik nooit inlossen. Diny, Willem en de andere Van Hanegems hier aanwezig hebben hun vader jong moeten missen. Jullie weten inmiddels welk een belangrijke rol deze gebeurtenis in mijn verdere leven heeft gespeeld. Ik ben dankbaar dat ik jullie tot mijn vrienden mag rekenen.'' Toen Breskens door de bommen van de geallieerden werd getroffen, was Willem zeven maanden. Met zijn moeder en andere broers en zusjes was hij ruim buiten Breskens op een boerderij in veiligheid gebracht. Izaäk was met zijn vader nog even naar het dorp gegaan om wat huisraad op te halen, toen de bommen hen verrasten. In het voorjaar van 1946 vertrok Anna van Hanegem met haar kinderen naar Utrecht. Gerrit Lubbers werd in het gezin een tweede vader. Hij was bouwvakker bij het aannemingsbedrijf Panagro en werkte kort na de oorlog mee aan de wederopbouw van Breskens. Gerrit maakte in Breskens kennis met Anna en werd in Utrecht een door alle gezinsleden op handen gedragen stiefvader. Acht jaar na de reconstructie van het bombardement op Breskens probeer ik, dit keer in Utrecht, het begin van het voetballeven van Willem van Hanegem te reconstrueren. Dat valt nog niet mee. Als ik hem in Alkmaar bij AZ ? PSV zie, vraag ik Willem of hij weet wanneer hij zijn eerste competitiewedstrijd in het betaald voetbal heeft gespeeld. Willem denkt na, maar zegt het werkelijk niet te weten. Vreemd is dat. Van Johan Cruijff, die andere naoorlogse stervoetballer, is vanaf zijn jongste jeugd zo veel meer bekend. Dat komt natuurlijk ook doordat Johan tijdens zijn verblijf op de lagere school in Betondorp door velen al werd getipt als toekomstig speler van Ajax 1. Bij die club zat vader Manus als supporter op de tribune en poetste moeder Nel de kleedkamers. Iedereen weet dat Johan Cruijff zeventien was, toen hij op 15 november 1964 met Ajax in de met 3?1 verloren uitwedstrijd tegen GVAV zijn eredivisiedebuut maakte. Johan had het voordeel dat Ajax toen net in een zorgwekkende periode verkeerde. Er moest wat gebeuren, talenten kregen af en toe een kans. In het seizoen 1964?1965 zat Ajax op zeker moment zelfs in de buurt van degradatie naar de eerste divisie. Willem van Hanegem debuteerde als semi?profvoetballer in die eerste divisie, maar dan wel net nadat Velox uit de tweede divisie was gepromoveerd. Bijna veertig jaar later schat Willem dat hij bij zijn eerste wedstrijd voor het eerste van Velox zestien was. Dat klopt niet. In het seizoen 1960?1961 werd Willem zeventien. Meer dan een A?junior in wie de één een uniek talent ziet en de ander de nadruk op zijn overgewicht en zijn gebrek aan snelheid legt, is hij dan nog niet. Het kan de pret niet drukken, want Velox is voor Willem een heerlijke voetbalclub. ''Een fijnere club heb ik nadien niet meer gehad,'' zal hij later herhaaldelijk beweren. Bij de arbeidersclub Velox wordt in de jaren zestig nog een kostelijke vorm van semi?profvoetbal beoefend. Het verschil tussen een contributie betalend lid en een contractspeler zit 'm in een paar tientjes. Die tientjes voor de contractspelers moeten wel keurig worden verdeeld over alle spelers. Gelijke monniken, gelijke kappen, al wordt in 1960 wel een stelsel met B?contracten voor de ietwat minderen of de jongsten ingevoerd. Aan de vooravond van het nieuwe seizoen is het altijd Contractenavond bij Velox. Pakjesavond eigenlijk, maar dan in de zomer. De mooiste pakjes zijn er voor de besten in de vorm van een contractje, dat kan oplopen tot net honderd gulden in de maand. Op vrijdag 29 juli 1960 zijn de beste voetballers van deze veredelde amateurclub in Hotel Noord?Brabant bijeengekomen voor de feestelijke Contractenavond. De avond wordt voor de derde keer georganiseerd door de vereniging die in 1958 amateurkampioen van Nederland werd en pas hierna toetrad tot de tweede divisie. Voorzitter Gijs Elsendoorn houdt de spanning er tot op het laatste moment in. Eerst spreekt hij de leden van de bloeiende vereniging gloedvol toe. Geel?zwart moet zegevieren en, beste spelers, probeer toch vooral de trainingsavonden te bezoeken! Daar leert men het voetbalspel, daar zijn de trainers en de vrijwilligers voor jullie in de weer! De voorzitter weet dat DOS en Elinkwijk in Utrecht hoger staan aangeschreven dan Velox. ''Wij leven in de schaduw van die twee verenigingen, doch wij blijven proberen hogerop te komen.'' Velox voetbalt altijd hartstikke leuk, daar niet van, het publiek dat de wedstrijden aan de Koningsweg bekijkt is ook talrijk, maar de eerste divisie is nu toch echt het doel waarnaar gestreefd moet worden. Niets is onmogelijk, zeker gelet op 'onze prachtige jeugd'. Het bestuur, de technische commissie en de al sinds 1950 voor Velox werkende oefenmeester Daan van Beek hebben uitvoerig gesproken over de dertig voorgedragen kandidaten voor de felbegeerde Contracten. Wie zullen de gelukkigen zijn? Aan het eind van de avond worden ze één voor één in het zonnetje gezet. Twaalf spelers krijgen een A?contract: Cinus van Kooten, Kees Sluyk, Co Alflen, Louis Lit, Henk Temming, Jaap van der Horst, Leen Morelissen, Wim 'Buik' van Arnhem, Gijs Uittenbosch, Wim Adelaar, Tonny Sambeek en Frans Geurtsen. Voor vijf anderen is er een B?contract: Piet Keyzer, Gerrit de Bruin, Joop Jochems, Henk van Ledden en Hennie van der Plaats. ''Voor de spelers met een B?contract wordt nog een Reglement van Orde samengesteld, maar zij worden nu al verplicht tenminste twee maal per week de trainingen bij te wonen.'' Massaal en luid is tenslotte het applaus wanneer Henk Temming - in de jaren veertig en vijftig een groot speler van DOS - te kennen geeft Velox op zijn oude dag graag als amateur te willen dienen. Met een ruim gebaar stelt Temming het hem aangeboden contract ter beschikking aan een jongere speler. Zal Willem van Hanegem die Contractenavond van 1960 in Hotel Noord?Brabant hebben bijgewoond? Hij is dan zestien, hij krijgt een A? noch een B?contract, maar hij houdt wel zielsveel van het o zo gezellige Velox, de volksclub die in 1902 werd opgericht met het doel de kinderen van de arbeiders ook sportief te verheffen en die anno 1960 in Tonny Sambeek een bijzonder lid heeft. Tonny is de enige speler die in een auto rijdt. De anderen verplaatsen zich per bus, op de fiets, of op de brommer. Willem, die na de lagere school van het ene in het andere baantje is gerold, meldt zich regelmatig per bakfiets bij de club, die in de schaduw van de Galgenwaard speelt, naast het terrein van de eliteclub Kampong en de renbaan. In Utrecht is Velox de enige club die wel iets in de jonge Willem ziet. Als jongen van zestien mag hij in 1960 lid worden. Eerder heeft hij het vruchteloos geprobeerd bij DOS en bij Elinkwijk. Elinkwijk neemt hem om twee redenen niet aan: te traag en, zo wordt gezegd, er ís al te veel jeugd. DOS nodigt Willem vervolgens uit voor een proefwedstrijdje, maar omdat hij geen voetbalschoenen bezit, gaat ook dat feest niet door. Dan maar, via een basisplaats als stopperspil in het hoogste elftal van de Christelijke Bloemschool van meester Vink, het straatvoetbal en het in Utrecht veel beoefende voetbal door speeltuinverenigingen, naar de derde club van de stad, Velox. Het verhaal dat aan zijn lidmaatschap voorafgaat, is beroemd en legendarisch. Wanneer trainer Daan van Beek doelman Henk van Ledden aan het trainen is, valt het de trainer op dat achter het doel een nogal stevige jongen met kromme benen de overgeschoten ballen soms subliem controleert en andere keren in één keer met het linkerbeen terugschiet. Aan alle ballen die het joch retourneert, zit effect, en zelden is er eentje niet geplaatst. Van Beek legt de keeperstraining even stil, hij stapt op de jongeman achter het doel af en vraagt of hij al ergens in clubverband voetbalt. Dit blijkt niet het geval te zijn. Een dag later staat Willem van Hanegem op de ledenlijst van de derde club van Utrecht. Velox is een club die perfect bij zijn afkomst past: eenvoudig, buitengewoon gezellig, meneer Van Beek propageert puur aanvallend voetbal met het doel om te winnen, maar enige spierkracht mag soms ook worden aangesproken. Voorop staat echter het plezier in het spel. Daan van Beek bemoeit zich niet alleen met het eerste elftal, hij is ook vaak te zien bij de jeugd en bij de lagere elftallen. Voor de oorlog heeft hij voor DOS gespeeld, later is hij een echte Veloxiaan geworden. Achttien jaar lang zal hij Velox trainen. Daan van Beek houdt van voetbal, van de sfeer bij de club, en de zachtaardige trainer is er 'als mijn jongens me nodig hebben'. Hij verbaast zich af en toe wel over Willem en speciaal over diens onvoorspelbare karakter. Enerzijds geniet de oefenmeester van zijn talent, maar soms schudt hij het hoofd wanneer Willem zich op de training zomaar, om niets eigenlijk, door zijn revanchegevoelens laat leiden. ''Die jongen kon zo intens gemeen zijn, zo rottig, het leek wel of er goud was te verdienen,'' verzucht Van Beek, wanneer Willem het bij Feyenooord en Oranje allang heeft gemaakt. ''Maar je kon ook geweldig met hem lachen. Hij deed de gekste dingen. Het was er eentje van het type ruwe bolster blanke pit.'' In 1962 bestaat Velox zestig jaar. De club geeft een mooi jubileumboek uit. Willem is dan achttien, in het jubileumboek is zijn vetkuif waarneembaar op twee foto's. Op de ene foto is hij nog junior, op de andere foto is hij in het seizoen 1961?1962, gehuld in zijn trainingsjack, reserve bij het tweede elftal. Bij beide foto's wordt hij in het onderschrift W. Hanegem genoemd. Zo veel jaren later leggen Utrechters mij uit dat dit een typisch Utrechtse gewoonte is. Wie Van voor zijn achternaam heeft staan, wordt zelden voluit genoemd. Dus is het altijd en overal Hanegem, W. Hanegem, Wim Hanegem. Zo zal Willem zijn volledige, vier seizoenen durende eerste?divisietijd worden genoemd. Nooit, nergens is het Van Hanegem. Sterker nog, wanneer hij als speler van Xerxes/DHC in 1968 het Nederlands elftal haalt, zet de KNVB voor de interland Nederland?Schotland bij het nummer tien nog altijd deze naam met grote letters in het hart van het programmablad: Wim Hanegem. Pas drie interlands verder zal de KNVB weten hoe Willem werkelijk heet. Gelet op zijn ongekende talenten is het wonderlijk dat Willem pas in het seizoen waarin hij zijn negentiende verjaardag viert (20 februari 1963) deel uitmaakt van de selectie voor Velox 1. Ook na enkele jaren voetbal in de eerste divisie zal men hem nog niet als een strateeg, als een nummer tien beschouwen. Hanegem is bij Velox aanvankelijk de nummer elf, de linksbuiten, niet eens de linksbinnen in het orthodoxe systeem met twee backs, een spil, twee kanthalfs en vijf aanvallers. Met enige regelmaat wordt hij ook als linksback opgesteld. Of als spil. Pas later zal de krachtige speler meer naar binnen trekken en dan ook in of achter de spits opduiken, waar hij opvallend sterk is met de kop en hard met het linkerbeen kan uithalen. Decennia later zullen trainers die eigenschappen in hun geheimtaal samenvatten als 'scorend vermogen'; in de loop van het seizoen 1962?1963 houdt men het er nog op dat W. Hanegem eigenlijk te goed is om alleen maar linksbuiten te spelen. Willem begint als de klassieke lijnspeler, maar spoedig is hij ook een redelijk regelmatige schutter. Twaalf goals per competitie maakt hij al gauw voor Velox. Hij kan koppen als de beste en op basis van zijn éénbenige techniek plus het bezit van een sterk lichaam dat zich van jongs af aan onwrikbaar tussen bal en tegenstander bevindt, draait hij zich vrij van zijn tegenstanders in de eerste divisie. De pret bij Velox gaat hand in hand met de natuurlijke aanleg van de talenten uit de Utrechtse volkswijken, die zich tot deze bijzondere club voelen aangetrokken. Wie bij Velox voetbalt, wil heus wel naar het grote DOS, maar ergens ook weer niet. DOS is mooi, bij DOS speelt tenslotte de grote Tonny van der Linden - het idool van de jonge Willem - maar bij Velox is het vooral gezellig. En bij Velox is Daan van Beek dus, de aardigste trainer die men zich kan voorstellen. Willem heeft als jongen van bijna achttien al eens mee mogen doen in het eerste tegen Sparta. Linksbuiten Cor Adelaar is door Sparta van Velox gekocht en bij die transfer hebben de clubs een vriendschappelijke wedstrijd in Utrecht afgesproken. Het duel wordt twee keer uitgesteld. De afspraak is op een doordeweekse avond te spelen, maar in Utrecht beschikt alleen het Galgenwaard?stadion van DOS over licht. Uiteindelijk wordt toch aan de Koningsweg gespeeld en dan debuteert Willem. Van beide kanten worden niet de sterkste elftallen opgesteld, Velox verslaat Sparta met 4?0 en Willem wordt voor zijn spel gecomplimenteerd. Pas in de zomer van 1962 wordt 'de bepaald iets belovende en met de bal opvallend handige Hanegem' door Daan van Beek rijp genoeg geacht voor een plaats in Velox 1. De officiële competitie wordt voorafgegaan door een groot aantal vriendschappelijke duels en wedstrijden om de KNVB?beker. Een van de eerste wedstrijden in die periode wordt door Velox in Doorn op het Sportcomplex Tuiland gespeeld. Het Militair Elftal is op 11 augustus de tegenstander. De opbrengst van dit duel is bestemd voor de Bond voor Oorlogsslachtoffers; zeker voor Willem moet het een bijzondere dag zijn. Nadat een week eerder (met 2?0 is gewonnen van AGOVV, gaat het in Doorn om de tweede wedstrijd van het 'verjongde' Velox, dat kort tevoren het kampioenschap van de tweede divisie uitbundig heeft gevierd. In Doorn speelt het elftal nog met een vijfmansvoorhoede, in de klassieke opstelling: Henk van Ledden, Kees Sluijk, Jan Huberts, Joop Jochems, Tonny Sambeek, Wim van Arnhem, Ben Snijders, Co Alflen, Frans Geurtsen, Leen Morelissen en Willem van Hanegem. De militairen zijn te sterk, ze winnen met 6?2, maar bij hen spelen dan ook prima voetballers als Peter Kemper (PSV), Karel Vesters (Ajax), Fred Jaski (Haarlem) en Piet Keizer (Ajax) mee. Vier dagen na de wedstrijd tegen het Militair Elftal oefent Velox in de Galgenwaard verder tegen DOS. Het wordt 2?2, nadat Velox tot vlak voor tijd verrassend voor heeft gestaan. Bondscoach Elek Schwartz ziet de wedstrijd en reageert opgetogen op de outsiders. ''Velox heeft een zeer aantrekkelijk elftal,'' zegt Schwartz, die vooral het talent van Joop Jochems, Frans Geurtsen en Wim Hanegem prijst. Twee maanden later zit de bondscoach voor België?Nederland zo zeer verlegen om productieve aanvallers, dat hij de net uit de tweede divisie gepromoveerde, nog maar twintigjarige Velox?midvoor Frans Geurtsen als reserve bij de Oranje?selectie haalt. Joop Jochems, Wim van Arnhem, Leen Morelissen en Frans Geurtsen worden voorts gekozen in het Utrechts elftal dat in de herfst van 1962 vier wedstrijden voor de Jaarbeurstedenbeker speelt tegen Tasmania Berlin en Hibernians Edinburgh. In totaal worden voor die wedstrijden zeventien spelers voor Het Stedelijk Elftal geselecteerd. DOS heeft met tien man het grootste aandeel. Voor Willem wordt nog geen plaats ingeruimd. De posities op de linkervleugel worden afwisselend bezet door Gerard Weber (DOS), Cor Luiten (DOS), Chris Geutjes (Elinkwijk) en Jozef Siahaya (Elinkwijk). Na op 19 augustus 1962 tegen De Volewijckers een laatste oefenwedstrijd te hebben gespeeld ('Hanegem had het moeilijk tegen rechtsback Soetekouw, maar de linksbuiten van Velox beschikt wel over een bekeken voorzet') mag Willem op 26 augustus 1962 eindelijk van start gaan als competitiespeler in het betaald voetbal. Aan de Koningsweg is Roda JC, het verse fusieproduct van Roda Sport en Rapid JC, de tegenstander. Leen Morelissen is linksbinnen, Willem linksbuiten. Zesduizend mensen zien 'een levendige wedstrijd' waarin Velox de overwinning pas twee minuten voor het einde moet afstaan. Nadat de Limburger Hein Görtzen de score heeft geopend, maakt Frans Geurtsen gelijk. Ben Snijders maakt 2?1, maar Pierre Kusters bezorgt Roda toch nog een puntje. Verslaggever Frans Henrichs heeft de wedstrijd voor het Utrechts Nieuwsblad bezocht en noemt de jonge debutant precies één keer: 'Doelman Cox van Roda JC moest tot drie maal toe ingrijpen toen Hanegem gevaarlijk dicht in de buurt van zijn heiligdom kwam.' De supporters zijn teleurgesteld over het resultaat, maar Frans Henrichs laat troostrijke woorden afdrukken: 'Twee?twee, wij vinden het nog niet zo'n slechte prestatie als een pas gepromoveerde club meteen in het nieuwe milieu een punt in de wacht sleept.' Zeven dagen later is Willem nog steeds de linksbuiten van Velox wanneer hij in Enschede een bijzondere wedstrijd gaat spelen. In het G.J. van Heekpark ontmoet hij een grootheid die vier jaar voor zijn geboorte al in het Nederlands elftal speelde: Abe Lenstra! Daags voor de wedstrijd heeft Abe zijn eerste trainersdiploma gehaald. Op het veld zal hij het nog eens voordoen. Het wordt 7?4 voor de Boys en de man die drie maanden later zijn 42ste verjaardag viert, beheerst de wedstrijd. Abe opent hoogstpersoonlijk de score, vervolgens prepareert hij voor de rust drie goals voor Gerrit Nijsink. In de tweede helft heeft hij alleen in het doelpunt van rechtsback Marinus ten Tije (de tegenstander van Willem!) geen aandeel. In de slotfase legt Abe er nog eentje klaar voor Gerrit Nijsink en de laatste goal maakt het Friese fenomeen weer zelf. In de Abe?show is ook nog een interessante rol weggelegd voor Van Hanegem: twee goals, vaardige bewegingen, een jonge speler met aanleg toch wel, maar: aan de zware kant! Een week na het doelpuntenfestijn in Enschede zoekt en vindt Velox revanche. DWS, later dat seizoen gekroond tot kampioen van de eerste divisie en een jaar later meteen ook maar doorgestoten naar het landskampioenschap, wordt weggespeeld aan de Koningsweg: 3?0. Het moet één van de beste wedstrijden van Velox zijn geweest. En dat tegen DWS, dat dan al aanstaande internationals als Jan Jongbloed, Frits Flinkevleugel, Rinus Israël en Henk Wery in de ploeg heeft. DWS zal in het eerste competitieseizoen van Willem ook de thuiswedstrijd tegen Velox niet kunnen winnen (1?1). Dat is kenmerkend voor Velox. Tegen de sterkste clubs speelt Velox altijd de beste wedstrijden. Zie de andere gepromoveerde club in het seizoen 1962?1963, Go Ahead. In Utrecht krijgt Go Ahead met 4?1 klop, in Deventer wordt het 3?3. Velox heeft een spraakmakend elftal, maar de spelers nemen het bestaan van semi?profvoetballer lang niet altijd serieus. Het leidt tot nog meer bijzondere uitslagen in het eerste jaar van Willem: Elinkwijk?Velox 3?7, RBC?Velox 8?1, Velox?RBC 6?0, Velox?Eindhoven 5?1, Velox?SHS 6?1. Aan het eind van de competitie heeft Velox de meeste goals voor (74 stuks), maar er in dertig wedstrijden ook 58 tegen gekregen. Met het Velox van Willem blijft het ook in de volgende drie jaren telkens een kwestie van hollen of stil staan. Steeds wordt de promotie naar de eredivisie op het nippertje gemist: in 1963 vijf punten te kort op Go Ahead, in 1964 drie punten te kort op Telstar, in 1965 drie punten te kort op Elinkwijk, in 1966 vier punten te kort op NAC. Nadat HVC?voorzitter Jacques Hogewoning eerst nog heeft geprobeerd Willem naar zijn club te halen en ook DOS en Sparta enige belangstelling hebben getoond voor de zo wonderlijk productieve en strategische speler, gaan Willem en Velox medio 1966 in op de aanbieding die Piet Hoogenboom namens Xerxes doet. Voor het transferbedrag van 80.000 gulden wordt het verticale geel?zwart van Velox verwisseld voor het horizontale blauw?wit van Xerxes. De Rotterdamse club mag debuteren in de eredivisie en trainer Kurt Linder heeft grote plannen. De Duitser houdt er een ijzeren discipline op na. Hij ligt dan ook voortdurend in de clinch met Willem, die bij Velox gewend was aan Daan van Beek, de vaderlijke trainer die het wel best vond dat Willem zich alleen inspande wanneer er een bal aan te pas kwam. Linder onderkent de klasse van Willem, maar hij verplicht de aankoop meteen op een spartaanse manier aan zijn conditie te werken. Als eerste?divisievoetballer weegt Willem 94 kilo, onder Linder gaan er dertien kilo af. Linder leert Willem ook na te denken als een prof. De vrijblijvendheid van Velox wordt vervangen door de ernst van het vak. Ineens kan Willem piekeren over voetbal. Om de spanning op de dag van de wedstrijd te breken, heeft hij een aparte voorbereiding ontwikkeld. Van de volkswijk Oudwijk is hij in Utrecht inmiddels verhuisd naar Overvecht. Na de overgang naar Xerxes blijft hij in Utrecht wonen. Hij reist per trein en op de dag van de wedstrijd concentreert hij zich 's ochtends vroeg eerst langdurig op Utrecht CS alvorens in de trein te stappen. Op die manier heeft zijn jonge gezin op de wedstrijddagen wat minder last van zijn dan moeilijk te doorgronden, prikkelbare gedrag. Xerxes is in Rotterdam de wat chique club van het noordelijke stadsdeel. De eigen accommodatie is ongeschikt voor voetbal op het hoogste niveau, reden waarom de thuiswedstrijden op het Kasteel van Sparta worden gespeeld. Ook bij Xerxes heet Willem onveranderd Hanegem. Zelfs in interviews blijft het altijd weer Hanegem. Blijkbaar voelt Willem zelf nooit de behoefte zijn interviewers op zijn volledige achternaam te wijzen. Willem blijft ook voor zijn nieuwe club een productieve voetballer. In het tweede en laatste jaar, wanneer Xerxes na een fusie met DHC inmiddels naar de Brasserskade in Delft is verkast, wordt Willem bijna topscorer van de eredivisie. Hij legt er 26 in, dat is maar eventjes 58 procent van Xerxes' totale productie in de competitie. Alleen Willems aanstaande collega Ove Kindvall heeft dat seizoen voor Feyenoord twee meer gemaakt. Toch is Willem al in zijn productiefste voetbaljaar de wat teruggetrokken nummer tien in - op papier - de viermansvoorhoede, maar het Xerxes van trainer Kurt Linder hanteert regelmatig ook een 1?4?2?3 variant. Het voetbal is sinds het begin bij Velox van 3?2?5 naar 4?2?4 geëvolueerd. Niet veel later is 4?3?3 de volgende aanpassing en wordt Willem als linkermiddenvelder de spelbepaler. Hij zal dan voortaan veel minder aan scoren toekomen. Kort na zijn transfer in de zomer van 1968 naar Feyenoord blijft hij nog wel even zijn goals maken, maar al in de tweede competitiehelft van dat eerste Feyenoord?jaar stokt de productiviteit. Na veertien ronden staat hij op twaalf goals - de eerste van de drie tegen Fortuna Sittard is een bijzondere: met rechts gemaakt - in de volgende twintig wedstrijden komen er nog maar twee bij. Het volgende seizoen, het jaar van de gewonnen Europa Cup, komt Willem niet verder dan zes competitiegoals. Zelf vindt hij dat allerminst een probleem. Willem heeft het spel altijd graag voor zich gehad. Scoren heeft hij weliswaar veelvuldig gedaan, maar dit eigenlijk tot zijn eigen verbazing, zo beweert hij zelfs na zijn 26 doelpunten voor Xerxes/DHC. ''Doelpunten maken is mijn sterkste punt helemaal niet. Eigenlijk kan ik niet goed schieten. Als een bal dood ligt, kan ik precies bereiken wat ik wil, maar krijg ik 'm in de loop, dan is het al een stuk moeilijker. Doelpunten doen me ook niks. Ik laat liever anderen scoren, Lazar Radovic bijvoorbeeld. Lazar vindt het prachtig om te scoren. Nou, dan geef ik hém de bal toch bij een kans?'' Na 1968 scoort Willem dus niet veel meer. Hij wordt wel een wereldvoetballer. Op 6 mei 1970 is er in Milaan het hoogtepunt van de Europa Cup?finale tegen Celtic. Vijfentwintig dagen na die triomf van Feyenoord speelt Velox de laatste wedstrijd in het betaald voetbal. De uitwedstrijd tegen RBC wordt met 2?1 verloren. Gek genoeg promoveert Velox weer naar de eerste divisie, maar het is slechts een papieren promotie. Samen met DOS en Elinkwijk gaan de geel?zwarten van de Koningsweg op in FC Utrecht. Bert Jacobs wordt trainer, hij heeft Velox in het laatste jaar onder zijn hoede gehad. Jacobs begint met een onmogelijk grote selectie van 34 spelers. Hij kiest acht man van Velox: Tonnie Adam, Cees van den Berg, Marco Cabo, Ton de Hoogt, Emiel Kok, Gerrit Langerak, Theo Polfliet en Harry Suvee. In tegenstelling tot DOS en Elinkwijk heeft het bestuur van Velox in 1970 niet tijdig een scheiding aangebracht tussen de amateurs en de semi?profs. Wanneer FC Utrecht vol goede moed begint en de beste spelers van Velox in de Galgenwaard spelen, bestaat de club Velox volgens de KNVB domweg niet meer. Het heeft veel voeten in de aarde eer Velox na de zomer van 1970 toch nog aan de amateurcompetitie mag deelnemen. De roemruchte club wordt veroordeeld tot de anonieme rangen van de derde klasse D. Velox zal nadien Velox niet meer zijn, het gaat van kwaad tot erger met de club. Ook de jeugd uit de volksbuurten kiest voortaan voor andere verenigingen. Het negentigjarig bestaan kan in 1992 nog net zelfstandig worden gehaald, maar even later moet in arren moede een fusie met SVVU worden aangegaan. Het prachtige terrein aan de Koningsweg wordt verlaten. Jaren eerder is de accommodatie al verkocht aan de gemeente. Krakers nemen bezit van de kleedkamers en de bestuurskamer. Rond de hoofdingang worden door de nieuwe bewoners kippen gehouden. De ziel van Velox gaat er tenslotte aan wanneer in 1993 de prachtige houten tribune, in 1927 door zelfwerkzaamheid verrezen, door onbekenden in brand wordt gestoken. Heden ten dage speelt Velox/SVVU in het KNVB district 'Midden' in de vierde klasse H. Brederode, DSO, Utrecht, Celeritudo, Stichtse Boys, PVCV, Fortitudo, Rivierenwijk, UTS, Sporting '70 en DWSV zijn de tegenstanders. Naar verluidt worden de trainingen van Velox/SVVU goed bezocht. Nogal wat spelers rijden in een auto. |